OUDE VOETBALBOEKEN
1. Nou wij boys
2. De A.F.C.-ers
3. Hoe de katjangs...
4. De "Franckens"
5. Piet Kraak
6. Frans de Munck
7. De mooiste overwinning
8. Jan van Beveren


 



Oude voetbalboeken - dl. 5
Piet Kraak

Paul OnkenhoutHet omslag van Terug naar Sportweg 8 doet denken aan de voorkant van een oud voetbalboek.* Maar dat is het niet. Het is in 2009 gepubliceerd. Er staan voetbalcolumns in van de journalist Paul Onkenhout die eerder in de Volkskrant verschenen of die hij voorlas in het radioprogramma Langs de lijn.** Voor iemand die het Nederlandse voetbal min of meer volgt, leest de bundel als een ontmoeting met oude bekenden. Onkenhout haalt herinneringen op aan zijn club HFC Haarlem, die in het stadion aan de Sportweg 8 in Haarlem voetbalt, en aan andere voetbalgeschiedenissen uit de afgelopen tien, twintig, dertig jaar. Soms zijn die verhalen gebaseerd op herinneringen aan gebeurtenissen van langer geleden. Zoals in zijn stukje over Piet Kraak, keeper van de IJmuidense voetbalvereniging Stormvogels en van het Nederlands elftal in de jaren veertig en vijftig. "Oostenwind en handen als kolenschoppen" is de titel van de column, die geschreven is naar aanleiding van de verschijning van het boekje Piet Kraak : de IJmuidense voetballegende.***

Piet Kraak"Tegenstanders uit IJmuiden waren altijd een kop groter dan wij. Later hadden ze tatoeages, sommigen zelfs op hun kuit, een tamelijk afschrikwekkend gezicht. Bier dronken ze uit flessen waar soms mee werd gegooid. Geen verkeerd volkje, maar ánders; woester vooral.
Visserszoon Piet Kraak was een van hen. Hij verdedigde tussen 1946 en 1952 het doel van het Nederlands elftal, en maakte in 1959 een rentree, voor één wedstrijd. Hij speelde in drieëndertig interlands, in een periode dat de nationale ploeg zelden zegevierde. Desondanks was zijn populariteit enorm: toen hij voor de eerste keer trouwde, rukte het Polygoonjournaal uit om de plechtigheid vast te leggen. (...)
Piet Kraak werkte bij de IJmuidense visafslag, was politieman, handelde in verzekeringen (Voor braak, bij Kraak), was uitbater van een café in Utrecht en een restaurant in Zierikzee en week in 1970 uit naar Denemarken, waar hij trainer werd. In oktober 1981 werd hij opgenomen in een ziekenhuis, wegens hartritmestoornissen. Een dag later kreeg Piet Kraak een zware hersenbloeding. Hij leefde nog tweeënhalf jaar, op de rand van een coma."
(Onkenhout, p. 75)

Piet KraakPiet Kraak (1921-1984) keepte zonder handschoenen en had vaak een zonneklep op. Hij was snel, sterk en had een grote sprongkracht. Z'n katachtige reflexen en onmogelijke reddingen, soms afgewisseld met blunders, maakten hem populair bij het publiek. In tegenstelling tot de meeste andere keepers was hij geen lijnkeeper. Piet de Krijger heeft Piet Kraak vanaf de jaren 1949/50 dikwijls zien spelen en vindt hem de beste keeper die Nederland ooit heeft gehad. "Frans de Munck kon mooi duiken, maar Piet Kraak had dat niet nodig. Het hele strafschopgebied was van hem, de backs moesten daarbuiten voetballen. Daardoor werd hij nooit verrast." Hij kan zich nog een schitterende redding herinneren in een wedstrijd tegen Haarlem. "De door Wim Roozen ingeschoten bal lijkt onbereikbaar voor Kraak het doel in te gaan, maar door achterover over z'n kop te duiken, had hij de bal nog."

Piet Kraak stond erom bekend dat hij een harde keeper was tegen wie je maar beter niet kon oplopen. Elinkwijk-historicus Harry Kel herinnert zich Kraak vooral als een goalie die angst inboezemt bij aanvallers. "Hij was bikkelhard en stompte je zo voor je kop. Vaak had hij met één hand de bal en met zijn andere hand de tegenstander." (Piet Kraak, p. 53) Piet de Krijger bevestigt dat beeld. "Hij was de baas in het elftal en was niet altijd even prettig in de omgang. Als hem iets niet aanstond, dan kon hij tegenstanders hard aanpakken. Zo stompte hij met de ene hand de bal en met de andere een ZFC'er vol op de kaak nadat die daarvoor in de wedstrijd een aantal keren vervelend was geweest."

"Zegevieren, altijd maar winnen, daar draait het in het leven om. De doelman kent geen enkel mededogen. Een tegenstander is een hinderlijke sta-in-de-weg in de strijd om het einddoel: de winst.
Het is een mentaliteit die Kraak niet alleen zijn medespelers probeert bij te brengen, zelfs kleine voetballertjes leert hij fel van zich af te bijten. Zo wordt IJmuidenaar Herman Haver in zijn schooltijd gecoacht door de legendarische doelman. 'Piet was een bijzonder figuur. Als ik in het goal stond en er kwam een spelertje achter me staan die begon te douwen, zei Kraak tegen me: "Grijp hem in zijn kruis, dan blijft-ie wel weg." Dat was Piet.'"
(Piet Kraak, p. 59)
Z'n uittrappen waren ver en vaak goed geplaatst. "Hij trapte de bal uit op kniehoogte en de bal kwam bij de speler terecht voor wie hij bedoeld was", vertelt Piet de Krijger. Ook had hij een luide stem, waarmee hij z'n medespelers aanwijzingen gaf. "Kraak gaf geen aanwijzingen, het waren commando's", zegt erelid van Stormvogels Piet Heilig. Of zoals journalist Ed van Opzeeland ooit omschreef: "Piet Kraak is nu eenmaal een man die megafoons heeft zitten waar zich bij een ander stembanden bevinden." (Piet Kraak, p. 22)

Hij speelde twintig jaar voor Stormvogels. In 1954, ten tijde van de invoering van het betaalde voetbal in Nederland, vertrok hij naar Den Haag. Daar kreeg hij vijf gulden voor een training. De KNVB wilde niets weten van de profclubs - semiprofclubs eigenlijk, want het ging voor de meeste spelers om bijverdiensten naast het inkomen dat ze uit ander werk hadden. Er werd een Nederlandse Beroeps Voetbal Bond opgericht en die organiseerde de competitie van de tien clubs die hun spelers wat geld betaalden. Die toestand duurde tot eind 1954. Toen ging de KNVB overstag, want de betalende clubs trokken met de betere en meer bekende spelers die ze in hun teams hadden, veel publiek. Piet Kraak verhuisde van Den Haag naar Utrecht en ging daar bij Elinkwijk spelen.


Nederlands elftal in het Haarlems DagbladIn 1946 speelde hij, net als de beroemde spits Faas Wilkes, voor het eerst in het Nederlands elftal. Hij verdedigde het doel in 33 interlands, waarbij tussen z'n laatste, in 1959, en voorlaatste, in 1952, zeven jaar lagen. Gelukkig kunnen we hem nog in actie zien dankzij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Hij staat op filmbeelden - op de foto's klikken - van de wedstrijden tegen Engeland (1946, 8-2 verloren), Zweden (1948, 1-0 winst) en Zwitserland (1950, 7-5 verlies). In de Beeldbank van het Nationaal Archief zijn foto's te vinden waar hij op staat.

In 1961 - hij was toen 40 jaar - werd hij door Elinkwijk aan de kant gezet, omdat het bestuur het elftal wilde verjongen. Hij werd trainer en behaalde in 1967 z'n trainers A-diploma. In het topvoetbal in Nederland kreeg hij echter geen kans. Van de toenmalige Nederlandse bondscoach George Kessler hoorde hij dat het Deense AaB, de Aalborg Boldspilklub die in de hoogste Deense klasse speelt, een trainer zocht. Hij solliciteerde en kon in 1970 bij die club aan de slag. Het was het begin van een mooie, succesvolle trainerscarrière in Denemarken.

Pas in 1983 hoorden ze in IJmuiden dat Piet Kraak in Kopenhagen na een hersenbloeding in het ziekenhuis lag. Er werd een stichting Steun Piet Kraak! opgericht om geld in te zamelen met het doel Kraak naar het revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee over te brengen. Op 22 augustus 1983 werd op sportpark Zeewijk in IJmuiden een benefietwedstrijd tussen een IJmond-team en een ploeg van oud-internationals gespeeld. Piet de Krijger was in die tijd bestuurslid van Stormvogels en maakte deel uit van de stichting. Hij ging samen met dokter De Groot en iemand van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur een dag naar Kopenhagen om Kraak te bezoeken en door de dokter te laten onderzoeken. Die moest een rapport uitbrengen over de revalidatie van Kraak in Heliomare. Dat rapport was positief, maar de Deense gezondheidsdienst ging dwars liggen toen bleek dat de kosten in Heliomare veel hoger waren dan de opbrengst van de benefietactie. Piet Kraak moest in het Deense verzorgingshuis blijven en overleed daar op 28 april 1984.

Tot 1 juni 2010 was Piet Kraak de oudste international die ooit in het Nederlands elftal speelde. Sander Boschker (39 jaar en 224 dagen) brak dat record op 1 juni in de oefeninterland Nederland-Ghana. Boschker brak die dag ook het record van de oudste debutant in Oranje. Dat stond op naam van Barry van Galen.

Henk Jansen

* Met dank aan Leonoor Wienese voor het boek van Onkenhout en aan Piet de Krijger voor zijn informatie.
** Paul Onkenhout - Terug naar Sportweg 8 : de Twaalfde Man noemt namen en rugnummers. - Amsterdam : Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2009
*** Arnold Aarts...(et al.) - Piet Kraak : de IJmuidense voetballegende. - Haarlem : Uitgeverij De Vrieseborch, 2003

Deel 1: Nou wij boys
Deel 2: De A.F.C.-ers
Deel 3: Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen
Deel 4: De "Franckens"
Deel 6. Frans de Munck
Deel 7. De mooiste overwinning
Deel 8. Jan van Beveren

 
Laatste wijziging: 5-10-2012