OUDE VOETBALBOEKEN
1. Nou wij boys
2. De A.F.C.-ers
3. Hoe de katjangs...
4. De "Franckens"
5. Piet Kraak
6. Frans de Munck
7. De mooiste overwinning
8. Jan van Beveren


 



Oude voetbalboeken - dl. 4
De "Franckens"

Uit:
Gedenkboek ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van
de Haarlemsche Football Club, 1879-1919

(p. 231-238)*

Als er ooit een club heeft bestaan, waarin "voetbalfamilies" in grote getale vertegenwoordigd geweest zijn, dan behoort zeker onze Good Old daartoe. Wij denken slechts aan de DOLLEMANNEN, MENTENS, VAN WAVERENS, VAN GOGHS, VERWEIJS e.a.
     Een der eerste plaatsen onder hen neemt zeer zeker de familie FRANCKEN in, en gaarne neem ik deze gelegenheid te baat om enige waarderende woorden op het papier te brengen over de oudste voetballer van dit viertal steunpilaren onzer blauwwitte kleuren.

HARRY FRANCKEN

     't Was ergens op een open plekje in de Haarlemmer Hout dat ik kennis met HARRY FRANCKEN maakte.
Harry Francken     Een groepje jongelui oefende zich daar in het edele voetbalspel, voor zoverre de hier en daar verspreide bomen dit toelieten. MANNES, een paar turven hoog, lag in de verte tussen een paar woudreuzen die de goal vormden, te "kiepen" en HARRY werkte onverschrokken met het bruine monster langs of door kreupelhout om aan de overzijde doelpunten te oogsten. Van de doelman in ruste kwam ik te weten dat het niemand minder dan "Kenau" was die hier opereerde en dat het Kenaupark, waar de meeste van de spelers school gingen, tot deze clubnaam geïnspireerd had. Laat ik dadelijk zeggen dat, met alle respect voor de bestuursleden van de vereniging, de orde in Kenau wel iets te wensen overliet, waaraan het korte bestaan van de club dan ook wel te wijten zal zijn geweest. We zien HARRY tenminste al heel spoedig hierna met zijn volgelingen in een nieuwe club voetballen en de kleuren van "Voorwaarts" verdedigen tegen andere geweldige combinaties die in de Haarlemse Voetbalbond (H.V.B.) van die dagen uitkwamen. Ook de strijd om het bestaan bleek voor FRANCKENs tweede club te zwaar en de H.F.C. nam dan ook weldra de FRANCKENS in haar gelederen op. Beginnend in het 4e elftal klom HARRY gaandeweg de sporten van de voetballadder op. Herinner ik me goed, dan behaalde hij zijn eerste lauweren in de voorhoede, waar hij met broer MANNES heel wat successen boekte. In REIN VAN DE WOUDE's beroemde tweede werkte HARRY hard mede om een ongeslagen kampioenschap aan de Spanjaardslaan te brengen. Vergis ik me niet, dan was het in 1905 dat HARRY met ADÉ V. GOGH, REIN, SCHALKWIJK e.a. in het eerste elftal uitkwam. Als linkshalf heeft hij ruim 4 jaar voor onze kleuren in de 1ste klasse gestreden en toonde hij zich wat van hem verwacht werd. Een stevig en onvermoeid speler als hij was, gooide hij de plannen van zijn tegenstanders maar al te vaak in duigen, om dan met een ferme schop zijn voorwaartsen aan het werk te zetten. In het steunen van zijn aanvalslinie muntte hij vooral uit en zijn voeden van die voorhoede zou een voorbeeld kunnen zijn, nu we helaas in dat kwartier thans nogal eens tekortschieten.
     Een knieongeval deed HARRY's voetballoopbaan tijdelijk afbreken. Wel speelde hij het jaar daarop nog een achttal wedstrijden mee, doch toen won zijn oude kwaal het van zijn goede wil en met een 3-1 overwinning beëindigde HARRY zijn voetbalcarrière en verloor de H.F.C. een van haar meest enthousiaste en gewaardeerde spelers.

J.G.

MANNES FRANCKEN

Mannes FranckenWelk een herinneringen aan vervlogen tijden brengt deze naam ons weer te binnen!
     Is er ooit een H.F.C.-speler zo populair geweest als onze MANNES?
     Een volmondig "neen" kan daarop slechts het antwoord zijn.
     Laat ik u echter MANNES' loopbaan van het begin af aan trachten te schetsen.
     In zijn prilste jeugd speelde hij tezamen met zijn broer HARRY eerst in het clubje "Kenau", daarna in "Voorwaarts", om ten slotte tot zijn geliefde blauw-witte kleuren te komen. Hij begon in het 4e, doorliep vervolgens alle elftallen, waarbij zijn verblijf in het beroemde 2e team geduende het seizoen 1904/'05 wel even extra aangestipt mag worden, om eindelijk als invaller in een wedstrijd tegen D.F.C. zijn intrede te doen in het eerste elftal.
     Het daaropvolgende jaar verhuisde onze jeugdige crack tezamen met REIN VAN DER WOUDE, ADÉ VAN GOGH, SCHALKWIJK en MARTIEN FICK voorgoed naar het 1e. De eerste wedstrijd was toevallig juist tegen "Haarlem" en het was in niet geringe mate aan MANNES' schitterend....... keepen te danken, dat de onze met 1-0 wonnen.
     Ook later heeft MANNES nog wel eens tussen de palen gestaan, hetzij voor de hele wedstrijd, hetzij slechts om penalty’s te keren, en menig H.F.C.'er uit die tijd zal U dan ook verhalen dat de beste doelverdediger die de H.F.C. ooit gehad heeft, MANNES was.      Het "vóór"spelen trok hem echter meer aan en als linksbinnen heeft hij verreweg de grootste lauweren geplukt.
     De H.F.C. heeft schitterende spelers in ADÉ VAN GOGH, FERRY V.D. VINNE, EDDY HOLDERT e.a. gehad, maar nooit heeft een speler gedurende zulk een reeks van jaren geschitterd als MANNES. Hij vormde een aanval op zichzelf, hetgeen voor hemzelf hoogst onaangenaam werd, daar steeds een halfback van de tegenpartij aangewezen werd om hem als een schaduw te volgen. (We denken slechts aan BOSSCHART, BOUWMEESTER e.a.).
     Het duurde dan ook niet lang - ik meen in 1907 - of de Nederlands Elftal Commissie liet haar begerig oog op MANNES vallen. Hoezeer MANNES in het nationale team voldeed, blijkt wel hieruit, dat na zijn eerste wedstrijd MANNES nog 21 maal als linksbuiten, -binnen of midvoor zijn niet genoeg te waarderen steun aan de Nederlandse kleuren mocht geven.
     Vanaf 1909 ongeveer dateert mijn kennismaking met MANNES en van dat tijdstip af wil ik U ook wat meer van zijn intiemer H.F.C.-leven trachten te verhalen. Het was op een mooie zaterdagmiddag in het najaar van 1909, toen ik door POETJE BOISSEVAIN en TIJS VOLKER aan de Heer LOOSJES voorgesteld werd als adspirant lid der H.F.C. Genoemd bestuurslid maakte, bij het horen van mijn naam direct de opmerking, dat ik feitelijk bij D.F.C. thuis hoorde. Dat beteuterde mij wel enigszins, maar gelukkig passeerde juist op dat moment een jongeling met een vrolijk lachend snuit, die LOOSJES toeriep: "Heb je er weer een Loos?" Hè, dat deed je op dat moment goed en ik weet wel dat ik die hele middag achter de goal van MANNES heb gestaan in kinderlijke bewondering voor de grote man. Tot mijn grote verbazing - want ik heb nog steeds het idee dat wij toentertijd tegen onze bestuurs- en 1e elftalleden met veel meer respect opkeken dan thans - werd de in mijn gedachte bestaande kloof tussen MANNES en mij spoedig overbrugd en lichtte hij mij volledig omtrent de H.F.C.-toestanden in. Langzaam maar zeker werden wij goede kameraden, later zelfs, ondanks ons leeftijdsverschil de grootste vrienden.
     MANNES, kerel, als ik die gulden tijden nog eens voor mijn geest haal, hoe we elke middag om 4 uur naar ons veld togen, daar oefenden, jij in 't schieten en koppen, ik in 't keepen of voorzetten, jij om onze Nationale eer hoog te houden, terwijl mijn bescheiden doel slechts was om ons 5e team kampioen te maken. En dan die wandelingen door de Hout, Houtstraat vice versa, die "kwart voor eentjes".
Mannes in actie     .....oh, kerel, hou op .... wat hadden we elkaar niet altijd een massa te vertellen, wat boomden we niet zwaar, hoe de beste opstelling voor de volgende zondag zou zijn, maar laat ik uitscheiden, dit alles kan slechts ons beiden interesseren.
..................................
..................................
     MANNES dan was en bleef in de eerste plaats volbloed H.F.C.'er. 's Zondagmorgens was hij steeds aan de Spanjaardslaan present om ons jongeren, die hij allen bij naam kende, te zien spelen. Ook 's woensdags- en ’s zaterdagsmiddags speelde hij met genoegen tussen het kleinere grut mee.
     De zondagmiddag was voor hem echter steeds de middag. Wat was MANNES dan in actie. Wat gaf hij zich die 1½ uur. Gij allen herinnert u natuurlijk nog als de dag van gisteren die 7 0 op de Belgen. Hoe schitterend wist MANNES het verband in de voorhoede te houden en dan die 1-0 overwinning op Haarlem, op vijandig terrein, toen MANNES tegen een gierende storm al dribbelend en koppend naar het rood-blauwe doel opstormde, backs en halfs hem tevergeefs achternazettend, een kleine zwenking naar links, de Haarlem-keeper staat al benauwd te kijken, pang...... en met schitterend effect suist de bal langs de keeper in de rechter benedenhoek.
Mannes in actie     MANNES had de eigenaardigheid om steeds in het Ned. Elftal en tegen Haarlem zijn beste spel te ontplooien.
     Nooit zal een overwinning groter indruk op me maken, dan de 5-0 aan de Spanjaardslaan op Haarlem in 't seizoen 1911/’12.
     Nu moet u weten dat Haarlems captain, HAAK, met ondergetekende 's morgens al een niet al te vriendelijke gedachtewisseling gedurende de wedstrijd Haarlem II-H.F.C. II gehad had. Zoals gewoonlijk zou ik 's middags grensrechter zijn, maar bij het betreden van het veld, werd MANNES door HAAK beduid dat Haarlem mij niet als grensrechter wilde hebben.
     Nu waren we veel te goede vrienden om zo iets ongewroken te laten. Er kwam dan ook even een uitdrukking op MANNES' gezicht van: "dan verd..... ik 't ook" snel gevolgd door een opflikkering met de voor mij veelzeggende woorden: "Karel, laat maar, 't komt terecht." En .....'t kwam terecht. Vijfmaal doorboorden we Haarlems veste, waarvan MANNES het grootste deel voor zijn rekening nam, terwijl STEUP geen enkele maal behoefde te vissen.
Mannes in Indië met Mannes Junior op zijn schoot     Het was een heerlijk moment.
     Wat in MANNES' spel ook zo'n grote factor was, was wel zijn onzelfzuchtigheid. Nooit zou MANNES tot het oneindige blijven pingelen om toch maar zelf te kunnen schieten. Zijn grootste genoegen was het om zijn broer JACQUES, toen deze pas in 't eerste kwam, te doen uitblinken. Hoe schitterend kreeg JACQUES de ballen van MANNES toegespeeld, hetzij over, hetzij langs de half der tegenpartij heen. Hoe heerlijk trok MANNES de verdediging naar zich toe, om dan een prachtige through-pass aan JACQUES of de middenvoor te geven.
     Maakte MANNES eens een schitterende goal en werd hij daarmede gecomplimenteerd, dan was zijn vaste antwoord “ik kon er heus niets aan doen". Ja, zo was MANNES, steeds cijferde hij zichzelf weg en steeds genoot hij van het spel van anderen.
     Wat kon hij het spel der BOUVY's, JAN V. BREDA KOLFF en FRANS DE KLERCK roemen!
     MANNES was geen aanvoerder als een DIRK LOTSY, vrijwel nooit zeide hij iets, behalve in erg zenuwachtige momenten, maar des te meer sleepte hij door zijn élan zijn voorhoede mee.
     Op 't eind van zijn voetbalcarrière ging MANNES in de halflinie spelen, daar de toevloed van voorhoedespelers als de BOUVY's, V. BREDA KOLFF e.a. zulks wenselijk maakte. Ook daar heeft MANNES geschitterd. Och, wat zal ik u meer van MANNES verhalen. Immers die laatste tijd herinneren wij ons nog zo goed. Hoe betreurden wij en MANNES zelf niet minder zijn heengaan naar Indië, hoe ontroerd waren wij allen, toen het kostbaarste kleinood, H.F.C.'s erelidmaatschap, hem overhandigd werd. Hoe leefde niet heel voetballend Nederland met het vertrek van H.F.C.'s grootste speler mee. Van heinde en ver kwamen de cadeaus en bloemstukken bij zijn afscheid toestromen, zelfs een IJmuider voetbalclub - ik meen de Stormvogels - had de aardige attentie om MANNES bij het in zee gaan nog een souvenir te overhandigen......
...............
     En nu is hij ook daar, waar zovele, zo ontzaglijk veel beroemde spelers van onze Good-Old zijn.
     MANNES, kerel, als je dit leest, weet dan dat hier in je oude club nog veel, zeer veel aan je gedacht wordt en dan........
.................................begrijp je, wat ik op m’n lippen heb.

KAREL.

JACQUES FRANCKEN

Jacques FranckenHet was meen ik in 1909, dat JACQUES plotseling in onze gelederen kwam opduiken. De meesten van ons wisten helemaal niet, dat MANNES er nog zo'n oude broer op na hield, hetgeen niet te verwonderen was, daar JACQUES zijn gymnasiumtijd in het lieflijke, maar enigszins geïsoleerde Katwijk-Binnen doorgebracht had.
     Al spoedig werd hem een plaats in het 2e aangeboden, waarin hij een half jaar vertoefde om daarna zijn steun aan H.F.C. I te verlenen. Ik herinner me hem nog goed in zijn ouderwetse, vierkante, groenachtige "Cert" schoenen. Wat vormden die beide broers een sterk contrast op de linkerwing. MANNES een en al bewegelijkheid, lenig langs zijn tegenstanders glijdend, zelden iemand aanrakend, spelend met een zekeren genoeglijke glimlach op zijn gezicht.
     JACQUES, daarentegen, een en al ernst, hard werkend en vaak met een gezicht alsof hij het helemaal niet voor zijn plezier doet, speelt zijn enthousiaste stevige partij, dikwijls de kracht van zijn robuuste body metend met tegenstanders, die in dat opzicht meestal hun meerdere in hem moeten erkennen.
     Hoewel JACQUES dus niet, wat men noemt "gemakkelijk" speelt, heeft hij toch door zijn geweldige energie op een dusdanige wijze zijn spelpeil weten op te voeren, dat hem in 1912 een plaats in het Nederlands elftal werd waardig gekeurd.
     Ik meen dat hij in die wedstrijd tegen de Belgen, welke de onzen met 4-1 wonnen, de 4e goal scoorde. In die periode vormden de Gebroeders ongetwijfeld een zeer sterke wing, welke menige achterspeler in de luren heeft gelegd en vele keepers gepasseerd. Hoogst jammer was het dan ook, dat MANNES 1 januari 1916 ons moest verlaten, waardoor JACQUES, die, wat buurman betreft, wel erg verwend was geweest, genoodzaakt werd zijn spel aan anderen aan te passen.
     Trouw bleef en is JACQUES nog op zijn post, steeds kan men op hem rekenen en steeds geeft hij de volle maat van wat hij te geven heeft, hetgeen goed doet in de tegenwoordige tijden. Maar genoeg thans over zijn vele roemrijke verrichtingen op het groene tapijt. Zijn H.F.C.-geschiedenis zou niet volledig zijn, indien we niet een ogenblik stilstonden bij de vele toeren, die de H.F.C. vóór de oorlog heeft gemaakt en waarbij JACQUES niet alleen een vaste deelnemer, maar vooral een allergezelligst reisgenoot was. Bij dergelijke tochten leert men elkaar eerst goed kennen en zij, die met JACQUES naar Parijs, Gent, Aken, Dusseldorf, Berlijn, Jena, Leipzig, Magdeburg, Hamburg en Kiel, om de voornaamste plaatsen maar te noemen, geweest zijn, hebben hem als een joviaal en trouw clubgenoot leren waarderen, die veel voor zijn kameraden over had.
     JACQUES, het is mij een behoefte, je op deze plaats, nu je huwelijk een geregeld uitkomen voor onze kleuren misschien onmogelijk zal maken, hartelijk dank te zeggen voor alles, wat jij in je tienjarige H.F.C.-loopbaan voor ons gedaan hebt.

K.J.J.L. (Karel J.J. Lotsy)

PEDDY FRANCKEN

PEDDY, de benjamin van het beroemde geslacht der FRANCKENS, hadden we vroeger wel eens even in ons 6e of 7e gezien, maar daarna was hij plotseling van het toneel verdwenen. Alleen bij binnenlandse toeren naar Maastricht en Arnhem vergezelde hij zijn grote broers wel eens en mocht dan zelfs zo nu en dan, in meestal veel te grote schoenen etc. een balletje meetrappen. Toen reeds was het ons allen al duidelijk dat ook deze spruit van de FRANCKEN-boom uit het ware voetbalhout gegroeid was. In 1913 kwam hij weer geregeld aan de Spanjaardslaan en zij, die hem nooit eerder zagen, hadden al gauw aan zijn manier van lopen, zijn houding, zijn gezichtsuitdrukking etc. etc. in de gaten, dat ze een broer van MANNES voor zich hadden. Zijn promotie was snel. Achtereenvolgens speelde hij één wedstrijd in het 5e, één in het 4e, enige in het 3e, om daarna maar meteen in het eerste geprobeerd te worden, waarin hij vanaf zijn eerste trial voorgoed werd opgenomen. Als voorhoedespeler begonnen zakte hij al spoedig af naar de middenlinie, om, na het vertrek van NES KERVEL, diens plaats als back in te nemen.
Peddy Francken     PEDDY is ongetwijfeld iemand die zéér veel kijk op het spel heeft, daarbij zeer vlug is, de tegenstanders heerlijk voor de voeten kan lopen en daardoor een der moeilijkst te passeren achterspelers is, die ik ken.
     In PEDDY zijn diverse eigenschappen van MANNES en JACQUES verenigd. De soepelheid, het vlugge vallen en opstaan heeft hij van MANNES, het zwijgzame, stille van JACQUES.
     Toch is PEDDY niet wars van een grapje. Ik herinner me nog goed een corner op onze goal in een wedstrijd te ....!
     De bal kwam hoog in de lucht aansuizen vlak op 't hoofd van een der gevaarlijkste voorhoedespelers der tegenpartij aan. PEDDY, een hoofd kleiner zijnde, niet wetend hoe de bal te bemachtigen, kneep zijn tegenstander juist op het moment dat deze koppen wilde, allergeweldigst in zijn ....! een gil ... en weg was de bal!!!
     Wat zal ik u nog meer van hem vertellen? Hij speelt nog maar betrekkelijk kort, heeft nog weinig bijzondere dingen met de H.F.C. meegemaakt, heeft nog weinig gelegenheid gehad om, wat men noemt, geschiedenis te maken. Van harte hoop ik echter, PEDDY, dat je nog zóó lang zult blijven spelen dat in het eerstvolgend H.F.C.-gedenkboek - laten we zeggen bij het 50-jarig bestaan - enige bladzijden gevuld kunnen worden met beschrijvingen van al jouw roemrijke daden en verdiensten voor onze dierbare "Good-Old".
     Tot over 10 jaar dus! So long!

K.J.J.L. (Karel J.J. Lotsy)


* Gedenkboek ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Haarlemsche Football Club, 1879-1919 / samenst.: Karel J.J. Lotsy ; auteurs: W.J.M. Mulier...(et al.). - Haarlem : Loosjes, 1919. Het boek is te leen in de Stadsbibliotheek van Haarlem.
In het door Inez Hollander geschreven boek Verstilde Stemmen en verzwegen levens (Amsterdam : Uitgeverij Atlas, 2009) wordt beschreven hoe het de familie Francken in Nederlands-Indië is vergaan. De schrijfster is een kleindochter van Jacques Francken.

Deel 1: Nou wij boys
Deel 2: De A.F.C.-ers
Deel 3: Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen
Deel 5: Piet Kraak
Deel 6. Frans de Munck
Deel 7. De mooiste overwinning
Deel 8. Jan van Beveren

 
Laatste wijziging: 5-10-2012